Economische vooruitzichten voor de tweede jaarhelft 2018 en 2019 en impact op beleggingsstrategie (BNP Paribas Fortis Economie)

Economische vooruitzichten voor de tweede jaarhelft 2018 en 2019 en impact op beleggingsstrategie (BNP Paribas Fortis Economie)

Koen De Leus en Philippe Gijsels, respectievelijk Chief Economist en Chief Strategy Officer bij BNP Paribas Fortis, geven hun macro-economische kijk op de tweede jaarhelft van 2018 en 2019 en leggen uit hoe deze visie wordt vertaald in de beleggingsstrategie van BNP Paribas Fortis.

 

Onze macro-economische vooruitzichten voor dit jaar blijven positief. We verwachten dat de Amerikaanse economie zal groeien met 3% in 2018, gedreven door het stijgende consumentenvertrouwen en het belastingplan van Trump. De Europese groei zal voor 2018 uitkomen op 2,2%. Dat is lager dan de Amerikaanse groei en heeft vooral te maken met tijdelijke elementen zoals de extreme koude, griep, de fors hogere euro en olie die de groei in het eerste kwartaal afremden. De krapte op de arbeidsmarkt en de daaruit volgende loonsverhogingen sporen de Europese gezinnen de komende maanden aan meer geld uit te geven. 

Donkere wolken

De piekgroei ligt wel achter ons. Voor 2019 gaan we uit van een groei van 2% en 1,7% voor respectievelijk de Verenigde Staten en de eurozone. De toenemende protectionistische maatregelen zijn de belangrijkste bedreiging voor de wereldwijde groei. Met de huidige mondiale productieketens zijn er geen winnaars wanneer de importheffingen stijgen. De globale export vertegenwoordigt 25% van het globale bbp. Een stijging van de globale invoerheffingen met 10% zou de globale groei met 2,5% onderuit halen. De Amerikaanse economie verliest het minst met 1,3 %. Hoe opener de markt, hoe forser de impact. De Europese groei ondergaat een schok van bijna 3%. Voor China is dat 4,3%.  Het risico op een stevige recessie wordt dan groot. Hebben de centrale bankiers munitie genoeg om de economieën uit het slop te halen? Sinds 1970 haalde de VS de rentevoeten met gemiddeld 8 procentpunt onderuit om de economie terug vlot te trekken. In Europa was dat 2,5%. Die ruimte is er vandaag met de huidige lage rentevoeten niet. Het begrotingsbeleid zal moeten bijspringen.

Investeringen redmiddel

België liet het inzake overheidsinvesteringen de voorbije decennia stevig afweten. De voorraad kapitaalgoederen uitgedrukt als percentage van het BBP (grotendeels de Belgische infrastructuur en overheidsgebouwen) nam sinds 1995 met bijna een derde af. De kwaliteit ervan ligt een stuk lager dan in de ons omringende landen. Een duidelijk beleid, met een eenmalige of gespreide investeringsschok, kan soelaas bieden. Aan de huidige lage rentevoeten kunnen die investeringen ruimschoots terugverdiend worden. De Europese investeringsregels moeten dan wel versoepeld worden. Boven op investeringen in een betere mobiliteit en bereikbaarheid, worden vooral kennisinvesteringen (scholing, patenten, R&D, enzovoort) belangrijk voor de toekomst. Waarom geen ‘Belgium Technology 1.5’ initiëren en België zo in het toppeloton hijsen van Europese gedigitaliseerde landen?

Beleggingsstrategie

De aandelenmarkten hebben het jaar met een vliegende start ingezet. Maar in februari kwam de eerste waarschuwing onder de vorm van een minicrash. Op zich was dat niet zo verwonderlijk. Na meer dan 400 handelssessies, of twee volledige kalenderjaren zonder een correctie van 5 procent, werd hier een uitzonderlijk record gevestigd. Een record dat dus uiteenspatte in februari. Sindsdien worstelen de wereldaandelenmarkten, waarvoor de ondertoon op gebied van economische groei en bedrijfswinsten goed blijft, met een aantal geopolitieke zorgen. De meest in het oog springende, hoe kan het anders, is de handelsoorlog van Donald Trump. De allerbelangrijkste vraag die hier voor de investeerders op tafel ligt, is of dit gewoon een onderhandelingstechniek is in de stijl van zijn boek “The Art of the Deal”, of dat de acties en tweets van Donald Trump eerder random zijn. In het eerste geval zullen de activiteiten en commentaren verminderen en/of afzwakken na de Amerikaanse midterm election in november. Indien er geen masterplan achter zit, zal nog meer volatiliteit en onzekerheid ons deel zijn.  Hetzelfde geldt voor de politieke situatie in Italië. Indien er een genuanceerd budget op tafel komt, zullen de stieren opgelucht ademhalen. Als er iets op ons bord komt, in de lijn van het regeerakkoord, met een tekort van zeg maar 6% of 7%, is er ruimte voor ontgoocheling. De vraag die daar dan onlosmakelijk mee verbonden zal zijn, is hoe de Europese partners, maar vooral ook de ECB zullen reageren, wetende dat de Italiaanse rente zelfs met de steunaankopen van de ECB aan het oplopen is. Al deze vragen zullen voor een groot deel het beursverloop in de tweede jaarhelft bepalen. We gaan er in ons basisscenario nog steeds van uit dat de oude stier op drie poten ( sterke economische groei, een sterke groei van de bedrijfswinsten en een nog steeds soepel monetair beleid) nog steeds een stukje verder te lopen heeft.  Maar het is ook duidelijk dat de probabiliteit van een aantal risicoscenario’s is toegenomen. In die optiek blijft het meer dan ooit belangrijk om naar de acties van de centrale banken te kijken. Want een restrictiever monetair beleid is mogelijk nog een groter risico voor de financiële markten dan de geopolitiek. En om de zaak nog wat te compliceren: een escalatie van een aantal geopolitieke scenario’s zou net kunnen leiden tot een “langer voor lager”-rentebeleid van de centrale banken. En dat is dan paradoxaal genoeg weer goed nieuws voor de aandelenmarkten. Of met andere woorden: de put van de centrale bankiers zit nog steeds onder de markten. Dat neemt niet weg dat we zowel op economisch als op marktvlak “late in the game” zijn en dat de hoeveelheid benzine in de tank fors is verminderd. Van benzine gesproken: de stijging van de prijs van olie is in de eerste jaarhelft niet onopgemerkt voorbijgegaan. We evolueren meer en meer van een artificieel naar een reëel evenwicht. Daardoor is de kans op olieschokken toegenomen en kunnen we meer en meer parallellen trekken met de jaren 1960 en 1970. Dat was ook niet toevallig een periode waarin goud het goed deed.  De goudprijs in USD wist in de eerste jaarhelft niet te profiteren van alle geopolitieke onzekerheden. Maar de prijs in EUR vertelt een ander verhaal. Daar worden wel langzaam maar zeker hogere bodems neergezet, wat samen met de uitbodeming van de zilverprijs en het uittoppen van de goud-zilverratio, hogere prijzen voor het goud laat verhopen in de tweede jaarhelft. Het is duidelijk dat we op een scharniermoment aanbeland zijn, niet alleen voor de huidige cyclus, maar ook voor een aantal langetermijntrends. Het is een moment waarop fortuinen gemaakt kunnen worden maar ook verloren. Het zijn van die momenten waarover we binnen 20 jaar kunnen zeggen: “we waren erbij”. Het belooft alvast een interessante en spannende tweede jaarhelft te worden.