Van 3M naar 3x duurzaam beleggen
Ik heb, toen ik pas afgestudeerd was, wat interim-werk gedaan voor het bouwbedrijf Heijmans. Eén van de projecten waar ik administratieve ondersteuning voor verleende, was de sanering van verontreinigde grond in Hoboken. Ik heb ter plaatse gezien hoeveel onrust en verdriet dat bij de inwoners heeft veroorzaakt. Daar was Umicore verantwoordelijk, maar jammer genoeg voor Hoboken zijn de problemen met verontreinigde grond daar niet bij gebleven.
In 2021 barstte in België het PFAS-schandaal los. Zowel in droge grond als in water werden verhoogde concentraties PFAS aangetroffen, een groep chemische stoffen die worden gebruikt in bijvoorbeeld waterafstotende kleding. Het bedrijf 3M produceert PFAS op de site in Zwijndrecht, maar zou de productie eind 2025 stoppen. PFAS veroorzaakt gezondheidsrisico’s en breekt niet af in de natuur, waardoor er ook naar wordt verwezen met de term ‘forever chemicals’. De juridische veldslag is nog niet achter de rug.
Wat juridische problemen betreft, is 3M nochtans niet aan zijn proefstuk toe: in 1983 moest 3M verplicht een stortplaats in Minnesota saneren; in 2018 betaalde het 850 miljoen dollar voor de PFAS-verontreiniging van het grondwater in Minnesota; in 2023 sloot 3M een akkoord om 10,3 miljard dollar te betalen om de publieke watervoorziening van South Carolina te behandelen tegen PFAS-contaminatie; en ook in 2024 en 2025 lopen rechtszaken in de VS.
Hoewel 3M natuurlijk ook heel nuttige resultaten heeft behaald – de uitvinding van teflon bijvoorbeeld – lijkt het in eerste instantie niet bepaald een bedrijf waar een belegger die rekening wil houden met duurzaamheid interesse in zou hebben. Maar wat blijkt? Volgens de site JustETF.com zit 3M in 78 ETF’s die de markering ‘ESG’ hebben. Hoe komt een bedrijf als 3M in die ETF’s terecht?
Hoe werkt ESG?
De afkorting ESG staat voor environmental, social en governance: met die criteria wordt getoetst of het bedrijf milieuvriendelijk is, een billijk sociaal beleid voert en goed bestuur in acht neemt. Ethische afwegingen meenemen bij de analyse van een bedrijf of een fonds gaat ver terug, maar werd in het verleden vrijblijvend toegepast. Pas na de publicatie van ‘Who Cares Wins – Connecting Financial Markets to a Changing World’ door de Verenigde Naties in 2004, werd ESG breed ingezet als analysekader.
ESG-scores worden toegekend aan een bedrijf door ratingbureaus zoals MSCI, Sustainalytics en S&P Global. Zij stellen criteria vast waaraan een bedrijf moet voldoen om een bepaalde ESG-score te behalen. Eén van de ETF’s waarin 3M een plaatsje heeft, is de iShares MSCI World Industrials Sector ESG UCITS ETF. Die is gebaseerd op de MSCI World Industrials ESG Reduced Carbon Select 20 35 Capped Index. MSCI heeft in dit geval dus de rating gedaan. In grafiek 1 staat het schema dat MSCI gebruikt om indices met ESG-criteria samen te stellen.
Grafiek 1: Hoe MSCI ESG-criteria gebruikt bij de samenstelling van indexen.

Op indices met de aanduiding ‘ACWI’ zijn geen ESG-criteria toegepast. Bij ‘ESG Screened’ worden enkel bepaalde bedrijven en/of sectoren uitgesloten. Pas vanaf ‘ESG Universal’ wordt de weging van een bedrijf in een index aangepast op basis van de ESG-score. De ESG-criteria kunnen ook strikter worden, zodat minder bedrijven in de index terechtkomen of zodat bepaalde bedrijven minder zwaar wegen.
Een voorbeeld, volgens de informatiepagina van de World Industrials ESG-index is bij de samenstelling van die index de methode ‘ESG Leaders’ toegepast: ongeveer 4 procent van de bedrijven heeft categorie BB of BBB, 11,1 procent heeft categorie A, 34,4 procent heeft categorie AA en 50,5 procent heeft categorie AAA (zie grafiek 2).
Grafiek 2: ETF samenstelling met en zonder de methode “ESG Leaders”

In het factsheet van de index wordt ook beschreven wat het verschil is met de ‘parent index’, de MSCI World Industrials Index, waarvan Industrials ESG-index is afgeleid:
- Uitsluiting: bedrijven die actief zijn in wapens, tabak, steenkool en teerzand, bedrijven die het Global Compact van de Verenigde Naties schenden en bedrijven die betrokken zijn bij ernstige controverses op het gebied van milieu, sociaal beleid en goed bestuur, zijn uitgesloten van de index waarop deze ETF is gebaseerd.
- De blootstelling aan positieve ESG-factoren is met 20 procent verhoogd tegenover de parent index.
- De blootstelling aan de uitstoot van broeikasgassen en fossiele brandstoffen is met 30 procent verlaagd tegenover de parent index.
- De algemene ESG-score is AA.
- De ESG-kwaliteitsscore is 8,5/10.
Een ESG-index en de daarvan afgeleide ETF’s zijn dus duurzamér, maar niet noodzakelijk zo duurzaam als een geïnteresseerde belegger misschien had gehoopt. Bij 3M, bijvoorbeeld, wordt eerst al naar de som van de activiteiten gekeken en niet enkel naar de PFAS-productie. De risico’s worden ingeschat en het bedrijf heeft minstens de ESG-score BB behaald. Een punt van discussie is of 3M niet moet worden uitgesloten door het criterium ‘ernstige controverses op het gebied van milieu’. Het kan best dat MSCI dat bij een herziening doet.
Dat zou niet voor het eerst zijn: in april 2024 heeft 3M zijn activiteiten rond gezondheidszorg in een spin-off ondergebracht. Als gevolg daarvan heeft MSCI het bedrijf opnieuw beoordeeld en geschrapt uit de MSCI World SRI Select Reduced Fossil Fuels Index. De ratingmethode voor deze index is ‘SRI’. Volgens het schema op grafiek 1 is dat de strengste beoordelingsmethode die MSCI hanteert. De praktijk van ESG-rating heeft op 3M dus wel degelijk al een concrete impact gehad.
Wat kan jij als belegger doen?
Wat voor de een duurzaam genoeg is, is dat niet voor de ander. Ook welke bedrijfsactiviteiten aanvaardbaar zijn, is een persoonlijke afweging. Wat hieronder volgt, zijn suggesties voor wie zich daar verder in wil verdiepen.
Bij je bank informeren naar artikel 9-fondsen
Eén van de veelgehoorde punten van kritiek op de ESG-rating van de voorbije twintig jaar, was dat alle ratingbureaus tot een verschillend resultaat komen bij de beoordeling van hetzelfde bedrijf. Dat lag aan een gebrek aan standaardisering. Een tweede probleem was dat in analyses niet altijd dezelfde parameters werden gemeten, zodat resultaten niet te vergelijken waren. En een derde probleem was dat analisten vaker de nadruk legden op de risico’s voor het bedrijf en minder op de impact van het bedrijf.
"Met deze informatie en tools wordt duurzaam beleggen gemakkelijker."
-Deloitte beschreef het als volgt: “Een voorval op het gebied van milieu, sociale omstandigheden of bestuur dat een aanzienlijke negatieve impact kan of zal veroorzaken op de waarde van de investering”. Vormen de PFAS-verontreiniging en de juridische gevolgen dus een risico voor de waarde van de investering in 3M? Dat is een heel andere vraag dan hoe duurzaam 3M is.
Die problemen wil de Europese Unie oplossen met de recente wetgeving rond duurzame financiën. De standaarden zijn vastgelegd in de Europese richtlijn wat betreft standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS). Daarin wordt onder meer bepaald dat zowel financiële als impactparameters moeten worden geanalyseerd (de ‘dubbele materialiteit’ genoemd). Daarmee zou er minder subjectiviteit in de analysemethoden moeten sluipen en kunnen fondsen beter met elkaar worden vergeleken. De impactanalyse heeft ook tot doel beleggers een idee te geven van de positieve impact en de duurzame doelen van het bedrijf, in plaats van enkel de risico’s in de analyse mee te nemen.
In de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (SFDR) is bepaald hoe financiële instellingen die informatie met hun klanten moeten delen. Er zijn drie categorieën bankfondsen:
- Artikel 6-fondsen: in deze fondsen is geen rekening gehouden met duurzaamheidsrisico’s.
- Artikel 8-fondsen (‘lichtgroene fondsen’): hier vallen fondsen onder met bedrijven die voldoen aan de criteria voor goed bestuur en die ecologische en/of sociale kenmerken promoten. In de praktijk valt het merendeel van de fondsen met enige duurzaamheidskenmerken in deze categorie.
- Artikel 9-fondsen (‘donkergroene fondsen’): hieronder vallen fondsen die duurzame beleggingen specifiek tot doel hebben.
Als belegger kun je je bankadviseur naar een artikel 9-fonds vragen en vragen welke methodiek is toegepast, voordat je beslist of een dergelijk fonds voor jou duurzaam genoeg is.
Een duurzame ETF kopen
Een ETF is altijd gebaseerd op een index. Het type informatie bij de ETF is anders dan bij de index. Ik vind het dan ook interessant om beide te bekijken. Bij de ETF zit vaak een factsheet waarin kort is beschreven hoe de index is samengesteld en wat de ESG-scores zijn. Op de website van de aanbieder van de ETF, bijvoorbeeld iShares, vind je een overzicht van alle kenmerken en de lijst van alle holdings in de ETF.
"Een punt van discussie is of 3M moet worden uitgesloten wegens ‘ernstige controverses op gebied van milieu’."
-In het factsheet staat ook de index vermeld waarop de ETF is gebaseerd. Op de website van de index vind je de gebruikte ratingmethode, de analyse van de milieucriteria, de sociale en de bestuurscriteria afzonderlijk, en uitgebreide informatie over de gebruikte methodologie.
Verder zijn er tal van websites waarop je duurzaamheidsbeoordelingen terugvindt. Op Morningstar kun je bijvoorbeeld een ETF opzoeken en doorklikken naar ‘Sustainability’. Daar krijg je in een oogopslag een beoordeling aan de hand van vijf wereldbollen en een risicobeoordeling.
Zelf beleggen in aandelen en obligaties
Als je vindt dat de uitsluiting van bepaalde bedrijven of sectoren niet ver genoeg gaat in fondsen en ETF’s, kun je ervoor kiezen zelf je portefeuille met aandelen en obligaties samen te stellen. Dan is de keuze volledig aan jou.
Een eerste keuze die je kunt maken is of de bedrijfsactiviteit duurzaam moet zijn of dat je eerder naar het productieproces kijkt, los van de sector. Het lijkt misschien logisch de aandacht te richten op bedrijven die actief zijn in bijvoorbeeld de energietransitie, maar daarmee sluit je meteen tal van sectoren uit die we wel degelijk in onze economie nodig hebben.
Om snel een idee te krijgen van de duurzaamheid van een bedrijf, kun je de ESG-score van het bedrijf opzoeken op websites als Morningstar. Er zijn ook alternatieve ratingmethoden: verschillende organisaties gebruiken hun eigen parameters om bedrijven te beoordelen en kunnen een ander perspectief geven dan ESG. Twee voorbeelden zijn het B Corp-certificaat en Upright Project. Beide websites hebben zoekfuncties om bedrijven op te zoeken.
Als je een potentieel interessant bedrijf hebt gevonden, kun je je verder verdiepen in het duurzaamheidsbeleid door via Investor Relations op de website van het bedrijf het duurzaamheidsrapport op te zoeken. Als het bedrijf al concrete cijfers en doelstellingen heeft, is dat mooi. De komende jaren worden bedrijven verplicht door een nieuwe Europese richtlijn om duurzaamheidsrapportering te publiceren (CSRD).
Tot slot kun je ook je hele portefeuille laten doorlichten. Op Interactive Brokers kun je de thema’s aangeven die je belangrijk vindt en de app toont je dan hoe goed je portefeuille op elk thema scoort. Ook elke positie afzonderlijk krijgt een algemene effectbeoordeling.
Met deze informatie en tools wordt duurzaam beleggen gemakkelijker en daarmee zetten we – wat mij betreft – toch alweer een stapje in de goede richting.